Het is voorjaar. Ik denk dat de lage Pyreneeën, aan de westkant, in deze periode goed te doen zijn: een lekkere temperatuur, weinig mensen en geen sneeuw op de toppen. Dus heb ik de Flixbus naar Hendaye geboekt, die daar op 25 april rond het middaguur aankomt. Na een nacht half slapen-waken in de bus, ben ik niet helemaal op krachten. Ik slik een pijnstiller om mijn hoofdpijn te onderdrukken. Eens kijken hoe het vandaag gaat...
Het is een rustig, grijs weertje, een graad of 18. Ik loop richting het oosten, naar de Atlantische Oceaan, pakweg 4 kilometer vanaf het busstation. Eerst nog even op krachten komen met een lunch bij een Japans tentje. Daarna steek ik mijn hand in de oceaan en ga écht op weg. Hier geen vlaggen en borden waar de wandelaar succes wordt gewenst bij de start van deze tocht, helemaal niets. Wat karig. Net als de GR5 en de GR20 beschouw ik de GR10 als een GR-icoon. Denk de Fransen daar anders over?
De route doorkruist Hendaye en gaat via landweggetjes richting Biriatou, dat bestaat uit een (Baskische) kerk, klooster en enkele huisjes. Het is er stil, op enkele spelende kinderen en hun moeder na. Ik probeer me in de kerk te laten inspireren, maar het blijft stil in mij. Het beloofde restaurant is dicht, waarschijnlijk te vroeg in het seizoen. Niet alleen ik, maar ook het toerisme moet nog op gang komen.
Na Biriatou volgt een flinke kuitenbijter naar twee colletjes, eerst de Xoldokogaina en vervolgens de Mandale. Recht omhoog gaat het pad. Oei, oei, oei. Hier hadden mijn kuiten niet op gerekend, dit heb ik niet getraind! Om de 10 à 20 meter houd ik halt om mijn kuiten rust te gunnen en op adem te komen, verplicht genietend van het uitzicht over de oceaan in de verte. Zo moet het voelen als je 'etalagebenen' hebt: steeds even stilstaan vanwege de pijn.
Het is hier rustig. In het begin heb ik nog enkele wandelaars ontmoet, waaronder een Nederlander die mopperde over de hoogteverschillen in de GR10 en de slechte markering. Zijn maat hoorde het gelaten aan; hij had nog energie voor tien en was van plan naar Santiago door te lopen. Lekker, dát is de vibe. Ook al ben ik nog niet helemaal in de wandelstemming, het is hier wél fijn. De vogels fluiten en de bellen van de paarden (jawel, niet van de koeien) klingelen. In de verte zweeft een grote, majestueuze roofvogel.
Het is al over zessen als is bij Col d'Ibardin aankom, een Spaans gehucht dat leeft van het toerisme. Bij het allereerste gebouw houd ik halt: hotel Eliza. Deze eerste nacht gun ik mezelf een echt bed. Tijd om te douchen krijg ik niet, als ik eerst nog wat wil eten, want ze hebben haast. In de lege eetzaal zetten ze me neer bij een open raam. Stink ik zo erg? Een omelet met sla en stokbrood; als vegetariër stel ik geen eisen. Na een uitgebreide douche duik ik vroeg mijn bed in voor een droomloze slaap.
Etappe: 21 kilometer (inclusief aanlooproute van 4 kilometer), eerste helft grotendeels verhard en daarna onverhard, met 906 hoogtemeters
Maak jouw eigen website met JouwWeb