GR10, dag 3: van Sare naar iets voor Bidarray (27 april 2026)

Gepubliceerd op 9 mei 2026 om 12:52

's Ochtends sta ik om 8.00 uur klaar om af te rekenen. Mijn campinggenoot kruipt net zijn tent uit. € 7,86 bedraagt de prijs voor één nacht, dat de campingeigenaar afrondt naar € 7,- omdat hij geen 86 cent terug kan geven. Hier kun je toch niet van leven? Bij het ontbijtbuffet in het tegenovergelegen hotel leg ik voor € 10,- een stevige basis voor de komende wandeldag. Ik verbaas me over de lage prijzen. 

Het eerste deel van de route voert over landweggetjes, door een glooiend landschap. Ik houd halt voor een kudde schapen, aangedreven door twee honden en een herder in een auto. De route volgt daarna een onverhard pad langs het riviertje de Nivelle, om vervolgens via een landweggetje het pittoreske Ainhoa binnen te komen. Ik heb er dan al weer 11 kilometer op zitten: tijd voor een limonade met gateau basque. Hoewel er tal van toeristische winkeltjes in Ainhoa zijn, is er geen bakker of supermarkt. Mijn baquette haal ik uit een automaat en bij een luxe winkel koop ik een potje vijgenjam. Dit moet genoeg zijn om de gîte op Col des Veaux te bereiken. 

Het dorp uit voert de route over een steenslagweg naar boven. Het blijkt een statieweg te zijn, met om de zoveel meter een kruis. Bovenop de col staat een kapelletje met daarbij drie grote kruizen, waaraan de middelste ongetwijfeld Christus hangt. Indrukwekkend. Vreemd genoeg heet niet deze col, maar de col die kilometers verderop ligt, de Col des Trois Croix, terwijl daar geen kruis te bekennen is. 

Het loopt soepeltjes. De rugzak hangt als een stevig huis op mijn rug. Ik ben in mijn element: het is lekker wandelweer en de kilometers vliegen voorbij. Boven de bergen vliegen de gieren. Met mijn verrekijker bestudeer ik hun gedrag. Ze doen niet veel, behalve rondcirkelen, vermoedelijk op zoek naar een prooi. Wat een imposante beesten!

Rond 16.00 uur kom ik aan op de Col des Veaux, waar ik bij de Gîte d'étape van Eztebenborda een vrouw zie. Ze is nog aan de telefoon, druk in gesprek. Mij keurt ze geen blik waardig. Als ze klaar is, doet ze de deur van het gebouw dicht, terwijl ik nog buiten sta te wachten. Als ik vervolgens de deur open doe, verschijnt ze weer, met een afwerende blik. "C'est possible de dormir dans le gîte?" "Non, c'est complet. Voilà!" Ik probeer het nog eens: "C'est possible de dormir dans ma tente ici?" "Non, il y a plein d'animaux qui se promènent ici. Voilà!"  Ze zegt nog meer, iets over "près des arbres" en "est interdit", waardoor ik niet weet waar ik dan wel zou kunnen kamperen. Eten dan misschien? "Non, c'est uniquement pour les clients. Voilà!" Met andere woorden: sodemieter op. Inmiddels heb ik ook helemaal geen zin meer om hier te blijven. 

Op de Col de Mehatse kies ik voor de alternatieve route, omdat de echte GR erg steil schijnt te dalen. Volgens het routeboekje is het risicovol voor "des randonneurs lourdement chargés". Daar reken ik mezelf toe: met deze rugzak van pakweg 13 kilo ga ik op steile paadjes naar beneden gemakkelijk onderuit. Dus kies ik het rustig dalende karrespoor, onderweg speurend naar een geschikte plek voor mijn bivak. Omdat in dit gebied allerlei schapen, geiten en paarden lopen, moet het een beschut plekje zijn. Ik heb geen zin in dierlijk bezoek middenin de nacht. Bij een inhammetje, achter een stukje prikkeldraad, onzichtbaar vanaf het weggetje, durf ik het aan. In het nabijgelegen beekje spoel ik het zweet van mijn lijf. Wildkamperen, wie had dat gedacht!

Etappe: 29 kilometer met 1.103 hoogtemeters over een variatie aan wegen en paadjes