Brrr... wat was het een koude nacht. In een 3 seizoenenslaapzak mét binnenzak en thermokleding had ik het nog koud. De windjack die ik er middenin de nacht bij aantrok, leverde weinig meer warmte op. Bij wijze van ontbijt eet ik het laatste restje uit de doggy bag van de Chinees op en rond 9.00 uur ben ik weer op pad. Een gratis nachtje, tja, want de receptie zou pas een uur later open gaan.
Het eerste stuk van de route voert me over het fietspad naar de Grevelingendam, die Goeree Overflakkee verbindt met Schouwen-Duivenland. Vlak voor ik de dam op loop, steekt een gezinnetje ganzen het fietspad over: moeder gans, vader gans en zeven kleintjes. Althans: zes van de zeven kleintjes, want het laatste kleintje blijft achter. Nu hij mij aan ziet komen, durft hij het fietspad niet over te steken. Hij blijft vertwijfeld in het gras staan. Vader gans signaleert dat hij één jonkie mist en loopt terug om hem op te halen. Ik sta intussen stil. Samen met papa durft het kleintje wel en steekt het fietspad over. Wouw.
Na een kilometertje over de Grevelingendam sla ik linksaf de Philipsdam op. Eindelijk ben ik in Zeeland! Halverwege liggen de Krammersluizen met uitzichtstoren en informatieborden. Hoewel ook hier veel asfaltkilometers, is het uitzicht mooi. Verderop haal ik met mijn verrekijker tal van vogels dichterbij. Een vogelaar wijst me op het nest van twee visarenden. Ze schijnen net uit Zuid-Afrika terug te zijn gekeerd, eerst het mannetje (half april) en twee weken later ook het vrouwtje. Sinds een week zitten ze weer samen op het nest.
Aan het einde van de Philipsdam sla ik linksaf de Slikken van Heen in. Mooi hier, vol leven. Niet alleen vogels en insecten, maar runderen. De borden manen me 25 meter afstand te houden. Ja, ja. Hoe doe je dat als die imposante beesten nou net voor het uitgangshek staan? Ik overweeg om met gevaar voor schrammen en scheuren het prikkeldraad te trotseren, maar denk vervolgens: "Stel je niet aan." Met bibberknieën loop langs de runderen naar de uitgang, oogcontact vermijdend. Alsof dat wat uitmaakt.
Ik heb trek, maar het eten is op. Ik wens dat de Voorzienigheid een frietkar mijn kant op stuurt, maar dat blijkt ijdele hoop. Ook het pop-up restaurant verschijnt nou net niet hier. Er rest mij niets anders dan door te buffelen naar Nieuw-Vossemeer, langs het Schelde-Rijnkanaal. Mijn voeten doen zeer en mijn humeur daalt naar een laag niveau. Met een lege maag is het slecht lopen. Het vooruitzicht om in Nieuw-Vossemeer tussen de campers op een camperplaats te moeten staan - het natuurkampeerterrein is nog dicht - trekt me ook al niet aan. En dan is daar, vlak voor Nieuw-Vossemeer, een bushalte. En plots denk ik maar één ding: lekker naar huis!
Etappe: 21 kilometer, over geasfalteerde fietspaden en grasdijkjes.
Maak jouw eigen website met JouwWeb